De nieuwe BRL 100: De 3 deelgebieden - waar word je op getoetst?
De nieuwe BRL 100 (versie 3.0) werkt met drie specifieke deelgebieden. Waar de focus voorheen vooral lag op traditionele F-gassen, vallen natuurlijke koudemiddelen nu ook expliciet onder de richtlijn. De auditor controleert straks streng of de werkzaamheden die je als bedrijf aanneemt en uitvoert, exact overeenkomen met de scope van je bedrijfscertificaat én de kwalificaties van de monteurs op locatie. Als de match er niet is (bijvoorbeeld een monteur met de verkeerde papieren op een propaanklus), riskeer je sancties zoals een directe schorsing van het certificaat. De drie deelgebieden zijn als volgt verdeeld:
Deelgebied I: Gefluoreerde broeikasgassen en koolwaterstoffen
Dit deelgebied dekt de traditionele F-gassen, maar is uitgebreid met koolwaterstoffen (HC) zoals propaan (R290) en isobutaan.
- Voor wie? Dit is de dagelijkse praktijk voor de meeste HVAC-installateurs. Denk aan het installeren en onderhouden van split-units of monoblock warmtepompen die op propaan draaien.
De eis: Zowel je bedrijf als je monteurs moeten voor dit deelgebied gecertificeerd zijn. Voor monteurs betekent dit concreet de overgang naar de vernieuwde persoonscertificaten A1 of A2
Deelgebied II: Koolstofdioxide (CO2/ R-744)
Dit deelgebied is specifiek ingericht voor systemen die op koolstofdioxide (CO₂) draaien.Vanwege de hoge werkdruk in deze installaties gelden hier heel andere veiligheids- en techniek eisen dan bij traditionele systemen.
- Voor wie? Installateurs die actief zijn in de retail, supermarkttechniek of grotere commerciële koeling waar CO₂ de standaard is.
De eis: Naast het passende BRL 100 bedrijfscertificaat moeten monteurs die aan het koelcircuit van deze installaties werken, beschikken over het specifieke persoonscertificaat B.
Deelgebied III: Ammoniak (NH3/ R-717)
Dit deelgebied is volledig gericht op de zwaardere industriële installaties. Ammoniak is weliswaar milieuvriendelijk, maar bij lekkage toxisch en brandbaar.
- Voor wie? Industriebouwers en specialisten in grote distributiecentra of de procesindustrie.
De eis: Vanwege de veiligheidsrisico’s is dit gekoppeld aan de strenge PGS 13-normen. Monteurs moeten in het bezit zijn van het specifieke persoonscertificaat categorie C.
Waarom deze nieuwe deelgebieden?
De introductie van deze drie specifieke deelgebieden heeft een duidelijke reden: veiligheid en risicobeheersing. De nieuwe F-gassenverordening dwingt de sector versneld richting natuurlijke koudemiddelen. Hoewel deze middelen een GWP (Global Warming Potential) van (bijna) nul hebben, brengen ze in de praktijk flinke operationele risico's met zich mee, zoals extreme brandbaarheid, torenhoge werkdrukken of toxiciteit.
Door de certificering op te splitsen, waarborgt de wetgever dat een installateur alleen werkt met technieken waarvoor hij aantoonbaar de juiste gereedschappen, procedures en gecertificeerde vakmensen in huis heeft. Het doel is het wegnemen van 'grijze gebieden': de fase waarin zonder de juiste papieren aan een warmtepomp met propaan kan worden gewerkt, is hiermee officieel voorbij.
Wil je meer weten over het doel van de nieuwe BRL 100 en welke impact het heeft, lees dan verder in de volgende Blog.
Grip op je administratie
Het koppelen van de juiste monteurskaarten aan de juiste projecten en deelgebieden vraagt om een waterdichte installatieadministratie. Heb je vragen over hoe de nieuwe certificeringen invloed hebben op jouw bedrijf, of wil je weten hoe je jouw digitale registraties hier eenvoudig op inricht? Neem gerust contact op met Climapulse. We kijken graag met je mee hoe je softwarematig direct aan de nieuwste BRL 100-eisen voldoet.