BRL100 certificering kosten
Wat kost een BRL100 certificering?
"Wat kost een BRL100 certificaat?"
Het is meestal de eerste vraag die installateurs stellen als ze horen dat ze een BRL100-certificaat nodig hebben. En terecht, je wilt weten waar je aan toe bent voordat je ergens aan begint.
Het eerlijke antwoord: dat hangt ervan af. De tarieven verschillen per certificerende instelling, per deelgebied, en per bedrijfsgrootte. Een eenmanszaak die alleen met R32 werkt betaalt minder dan een middelgroot bedrijf dat ook CO₂-installaties onderhoudt.
Maar met een goede inschatting kun je wel je budget plannen. In dit artikel zetten we alle kostenposten op een rij, inclusief de verborgen kosten die veel bedrijven vergeten mee te rekenen.
Belangrijk: De bedragen in dit artikel zijn indicaties op basis van marktinformatie. Vraag altijd offertes aan voor actuele tarieven.
→ Lees ook: BRL100 Certificering: de praktische gids
De drie kostencomponenten
De directe kosten van een BRL100-certificering bestaan uit drie onderdelen: de initiële audit en inspectie, de periodieke audits, en de jaarlijkse registratiekosten.
De initiële certificering is een eenmalige kost bij je eerste aanvraag. Reken op € 1.500 tot € 2.500, afhankelijk van je bedrijfsgrootte en het aantal deelgebieden. Een klein installatiebedrijf met één deelgebied zit aan de onderkant van die range. Een groter bedrijf met meerdere vestigingen en drie deelgebieden aan de bovenkant.
De periodieke audits vinden elke 24 maanden plaats. Die zijn korter dan de initiële audit en inspectie, dus goedkoper: € 1.000 tot € 1.800 per keer.
De registratiekosten betaal je jaarlijks voor je inschrijving in het Centraal Register Techniek. Dat is € 100 tot € 300 per jaar.
Een rekenvoorbeeld:
Neem een klein installatiebedrijf met één deelgebied. In het eerste jaar betaal je circa € 1.580 voor de initiële audit plus € 170 registratiekosten, samen € 1.750. In jaar twee betaal je alleen de registratiekosten: € 170. In jaar drie komt de tweejaarlijkse audit erbij: € 930 plus € 170 registratie, samen € 1.100.
Gemiddeld over drie jaar kom je dan uit op zo'n € 1.000 per jaar.
Voor een groter bedrijf met meerdere deelgebieden liggen die bedragen hoger. Maar zelfs dan: in verhouding tot je omzet en de risico's van niet-gecertificeerd werken, valt het mee.
Wat bepaalt de prijs van de audit?
Certificerende instellingen rekenen op basis van de tijd die de audit kost. En die tijd hangt af van een paar factoren.
Het aantal deelgebieden is de belangrijkste. Eén deelgebied betekent een kortere audit dan drie deelgebieden.
Je bedrijfsgrootte speelt ook mee. Meer personeel betekent meer personeelsdossiers om te controleren, meer certificaten om te checken.
Het aantal vestigingen kan extra kosten met zich meebrengen als de auditor meerdere locaties moet bezoeken.
De complexiteit van je werk kan een rol spelen. Werk je aan specialistische installaties met hoge eisen? Dan kan de audit langer duren.
Extra kosten bij uitbreidingen nieuwe deelgebieden
Met BRL100 versie 3.0 komen er twee nieuwe deelgebieden bij: Deelgebied II voor CO₂ en Deelgebied III voor ammoniak. Als je nu alleen deelgebied I hebt en je wilt uitbreiden, betekent dat extra auditkosten.
Uitbreiding naar deelgebied II (CO₂) kost indicatief € 300 tot € 600 extra bij je eerstvolgende audit.
Voor deelgebied III (ammoniak) is dat € 400 tot € 800. Die kosten komen bovenop je reguliere auditkosten. En let op: als je als bestaande v2.0-certificaathouder uitbreidt naar een nieuw deelgebied, triggert dat een transitie-audit naar versie 3.0 voor je volledige certificaat.
Verborgen kosten die je niet mag vergeten
De CI-tarieven zijn maar een deel van het verhaal. Er zijn meer kostenposten waar je rekening mee moet houden.
Persoonscertificering (BRL200)
Dit is vaak de grootste verborgen kost. Elke monteur die certificaatplichtig werk doet, moet een eigen BRL200-certificaat hebben. Een A1-opleiding (F-gassen en koolwaterstoffen) kost € 800 tot € 1.500 per persoon.
Heb je drie monteurs die allemaal een A1 nodig hebben? Dan ben je zo € 3.000 tot € 4.500 kwijt aan opleidingen alleen al. En die certificaten zijn sinds de nieuwe BRL200-richtlijn maar zeven jaar geldig, daarna volgt hercertificering.
Tijd voor procedures en instructies
De tijd die je investeert in voorbereiding heeft ook een prijs, al staat die niet op een factuur. Het opstellen van een goed kwaliteitshandboek kost al snel 16 tot 40 uur. Werkinstructies schrijven nog eens 8 tot 24 uur. TRA-procedures opstellen 4 tot 8 uur per procedure. Je registratiesysteem inrichten 8 tot 16 uur.
Tel dat bij elkaar op en je zit zo op een werkweek of meer. Tijd die je niet aan klussen besteedt. Brancheorganisaties zoals NVKL bieden modelhandboeken die veel tijd besparen, maak daar gebruik van. Als je samenwerkt met Climapulse, kunnen wij het model handboek voor je opmaken.
Instrumenten en kalibratie
Dit is een doorlopende kost. BRL100 stelt eisen aan je meetapparatuur, waarbij we hier illustratief een voorbeeld-set samenstellen:
- Manifold: Fieldpiece SM480V
- Multimeter: Fieldpiece SC260 (heeft ook temperatuursensoren)
- Thermometer: CPS TM50
- Vacuümmeter: Fieldpiece MG55
- Weegschaal: Fieldpiece SR47
- Lekdetector: CPS Leak Seaker II
- Recuperatieunit: Fieldpiece MR45
- Vacuumpomp 2-traps: CPS VPB6D
Dit vraagt een investering van ongeveer € 3.000. Die moet je niet alleen aankopen, maar ook regelmatig laten kalibreren. Tel alles bij elkaar op en je zit al snel op € 200 tot € 500 per jaar aan kalibratiekosten alleen.
Software voor registratie
Dit is geen verplichting, maar wel een slimme investering. De registratie-eisen van versie 3.0 zijn uitgebreid: CO₂-equivalenten, redencoderingen, locatiegegevens, status van het koudemiddel. Dat handmatig bijhouden in Excel is foutgevoelig en tijdrovend. Professionele software kost geld, maar bespaart uren per week en voorkomt tekortkomingen bij de audit.
Wat kost het om NIET gecertificeerd te zijn?
Geen certificaat terwijl je wel certificaatplichtig werk uitvoert? De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan handhaven. En dat doen ze.
De risico's zijn niet mals. Boetes voor zowel het bedrijf als de monteur. Stilleggen van werkzaamheden. Reputatieschade bij opdrachtgevers. En bij incidenten: aansprakelijkheid.
De exacte boetebedragen variëren per overtreding, maar kunnen oplopen tot duizenden euro's per constatering. Eén controle kan je meer kosten dan jaren aan certificeringskosten bij elkaar.
Drie manieren om kosten te besparen
Combineer audits. Sommige CI's bieden korting als je meerdere deelgebieden tegelijk laat auditeren.
Plan opleidingen slim. Veel opleidingsinstituten geven groepskortingen. Meld meerdere monteurs tegelijk aan.
Automatiseer je registraties. Software kost geld, maar voorkomt tekortkomingen bij audits en bespaart uren administratie per week. Dat verdient zich terug. De tijd die je investeert in het opstellen van je kwaliteitshandboek, procedures en werkinstructies heeft ook een prijs, ook al is die niet direct zichtbaar.
Registratie die zichzelf terugverdient
De administratieve last van BRL100 versie 3.0 is serieus. Handmatig CO₂-equivalenten berekenen, redencodes bijhouden, kalibratiedata bewaken, het kost uren per week.
Met Climapulse automatiseer je dat. CO₂-equivalenten worden automatisch berekend. Redencoderingen zitten standaard in elke werkbon. Kalibratieherinneringen voorkomen tekortkomingen. En bij de audit exporteer je met één klik een compleet overzicht.
Minder uren administratie. Minder stress bij audits. Minder kans op tekortkomingen die je geld kosten.